De Negen Planeten

Planetaire Ruimtevaart

   

De volgende lijst bevat enkel ruimtetuigen die belangrijk zijn voor ons zonnestelsel. (Voor meer info : kijk onderaan ). Heel wat informatie komt uit sci.space FAQ.

Missie's uit het verleden

Luna 2
Ingeslagen op het oppervlak van de Maan 1959 (Sovjetunie)
Luna 3
eerste foto's van de achterzijde van de maan Maan 1959 (USSR)
Mariner 2
het eerste successvolle ruimtetuig naar Venus ( december 1962 ) bezorgde ons informatie over de temperatuur (bijna 500 graden Celsius) en over de zeer dichte atmosfeer voornamelijk samengesteld uit koolstofdioxide.
(meer info van NASA Spacelink)
Mariner 3
werd gelanceerd op 5 novemeber 1964. Mariner 3 die samen met de Mariner 4 naar Mars gestuurd zou worden ging snel verloren.
Mariner 4
de zuster van Mariner 3, bereikte Mars in 1965 en nam de eerste close-up beelden van het Marsoppervlak (22 in totaal) tijdens de passage langs de planeet. De atmosfeer van Mars leek heel wat dunner dan men aanvankelijk dacht. Vele wetenschappers stelden vast dat Mars zowel geologisch als biologisch een "dode" wereld is.
Mariner 9
Mariner 9, de zuster van Mariner 8 die faalde bij de lancering, kwam als eerste in een omloop rond Mars in 1971. Het seinde heel wat tot dan toe voor ons onbekende informatie door. Het ontdekte hoge vulkaangebergten, grote canyons, en structuren die er op wezen dat er ooit water stroomde op Mars. Mariner 9 bezorgde ons ook de eerste detail opnamen van de kleine maanjes Phobos en Deimos.
Apollo
6 bemande landingen op de Maan, ze brachte ons verschillende maanstenen mee 1969-72.
(Apollo "home pagina")
Luna 16
onbemande vlucht die maanstenen terugbracht naar aarde1970 (toenmalige Sovjetunie)
Pioneer 10 en Pioneer 11
Pioneer 10 was het eerste ruimtetuig dat passeerde langs Jupiter in 1973. Pioneer 11 volgde in 1974, en vervolgde dan als eerste zijn weg naar Saturnus in 1979. De Pioneer was ontworpen om als eerste door de asteroïdengordel te gaan en als eerste de magnetosfeer van Jupiter binnen te dringen. De doortocht van de asteroïdengordel leverde geen problemen op, maar tijdens de doorgang in de magnetosfeer van Jupiter werd Pioneer gebombardeerd door ionen. Uit deze ervaring kon men heel wat leren om de de kans op het welslagen van de Voyager missies te verhogen.
Vandaag de dag is de Pioneer 11 als eerste ruimtesonde op weg naar de interstellaire ruimte. Het laatste kontakt was in november 1995. Pioneer 10 functioneert nog steeds. Het laatste kontakt was op 31 maart 1997.
De Pioneer 10 & 11 hebben een grafisch bericht aan boord in de vorm van een gouden plaat met de hoop dat ooit één of andere beschaving dit bericht kan onderscheppen..
(Pioneer Project Home Page)
Mariner 10
passeerde eerst langs Venus vooraleer het einddoel : Mercurius in 1974 te bereiken. De sonde bezorgde ons de eerste detailopnames van de atmosfeer van Venus in het ultraviolet. Naast de voor ons eerder onbekende details kon uit deze opname de rotatiesnelheid van de wolken van Venus bepaald worden : 4 aardse dagen. Maar het belangrijkste doel was Mercurius. Eigenlijk paseerde Mariner 10 driemaal langs Mercurius in de periode 1974-1975. Mercurius bleek een hevig bekraterde wereld te zijn met een veel grotere massa dan men vermoedde. Hieruit kan men afleiden dat Mercurius een grote ijzeren kern heeft die voor ongeveer 75% de binnenzijde van de planeet vult.
(meer info van JPL en JPL)
Venera 7
Eerste sonde die ons informatie van de oppervlakte van een andere planeet bezorgde (Venus) in 1970.
Venera 9
zachte landing op Venus, met beelden van het oppervlak in 1975. (Sovjetunie) Dit was het eerste ruimtetuig dat landde op een andere planeet.
Pioneer Venus
1978; bestond uit een orbiter en vier landingstuigen die ons de eerste gedetailleerde kaart van het oppervlak van Venus bezorgde.
(meer info van NASA Spacelink; een tutorial van UCLA)
Viking 1
Viking 1 werd gelanceerd te Cape Canaveral, Florida op 20 augustus 1975 met een TITAN 3E-CENTAUR D1 raket. De sonde kwam in een omloopbaan rond Marsop 19 juni 1976, en de lander daalde af naar het oppervlak en kwam terecht in het westen van de Chryse Planitia op 20 juli 1976. Vrij snel begon er een onderzoek naar mogelijke micro-organismen op Mars. Viking-1 bezorgde ons prachtige mooie beelden van de omgeving van de landingsplaats. De eerste beelden ooit die ons bereikten van op het oppervlak van Mars. De hemel van mars bleek roze gekleurd te zijn in tegenstelling tot blauw, wat men vroeger dacht. De roze kleur is het gevolg van de terugkaatsing van het zonlicht in de dunne atmosfeer door de rood gekleurde stofdeeltjes.De omgeving van de landigsplaats was volledig omgeven door een veld van rood zand.
Viking 2
Viking 2 werd gelanceerd op 9 september 1975 en kwam in een baan rondn Mars op 7 augustus 1976. De landing vond plaats op 3 september 1976 in Utopia Planitia. Hij leverde ons ongeveer dezelfde resultaten op als de Viking 1. De seismometer van Vinking 2 registreerde wel een marsbeving.
11 november 1982 werd de laatste in informatie van een (Lander 1) ontvangen.JPL van de Nasa probeerde nog gedurende zes maand het kontakt te herstellen. Uiteindelijk werd de missie volledig stilgelegd op 21 mei 1983.
(meer info - pdf) en een web pagina van JPL)
Voyager 1
Voyager 1 (zie foto bovenaan ) werd gelanceerd op 5 september 1977 en scheerde langs Jupiter op 3 maart 1979 en langs Saturnus op 13 November 1980. Voyager 2 werd gelanceerd op 20 augustus 1977 (voor Voyager 1), en passeerde langs Jupiter op 7 augustus 1979, langs Saturnus op 26 augustus 1981, langs Uranus op 24 januari 1986 en langs Neptunus op 8 augustus 1989. Voor deze rondreis door het zonnestelsel kon Voyager 2 gebruik maken van een samenstand van de reuzenplaneten die maar eens om de 189 jaar plaatsvind. Voyager 1 had eventueel langs Pluto, kunnen gestuurd worden maar dat het niet mogelijk geweest om in de buurt van de belangrijke maan Titan te passeren.
Dankzij de twee sondes is onze kennis over de reuzenplaneten, hun satellieten en hun ringen met rasse schreden vooruitgegaan. Voyager 1&2 ontdekten dat Jupiter een gecompliceerde atmosfeer heeft. Drie nieuwe satellieten werden ontdekt. Twee van de belangrijkste verrassingen waren de ontdekking van de ringen van Jupiter en de actieve zwavelvulkanen van Io die een belangrijk effect hebben op de magnetosfeer van Jupiter.
Bij Saturnus ontdekten de twee sondes meer dan 1000 kleine ringen en 7 satellieten, inclusief de voorspelde schaapherdermanen die de ringen stabiel houden. De weersomstadingheden waren tamelijk gunstig in vergelijking met Jupiter. De atmosfeer van Titan vertoont veel smog. De belangrijkste structuur op Mimas is een enorm grote inslagkrater. De belangrijkste ontdekking bij Saturnus was de vreemde structuur van de ringen. Het traditionele beeld werd achterhaald : geen vijf of zes ringen, maar een opeenvolging van duizenden ringetjes en scheidingen.
Voyager 2
Voyager 2 vervolgde zijn ronde door het zonnestelsel langs Uranus en Neptunus. De atmosfeer van Uranus was egaal gekleurd. Geen enklele structuur was zichtbaar. De magnetische as wijkt sterk af van de toch al op zichzelf sterk afwijkende rotatieas. Hierdoor heeft Uranus een heel merkwaardige magnetosfeer. Ijskanalen werden op Ariel gevonden. Vooral de structuur van Miranda is wel erg bijzonder : heel wat verschillende terreintypen werden waargenomen. Voyager 2 ontdekte ook 10 satellieten bij Uranus.
In tegenstelling tot Uranus werden bij Neptunus verschillende wolkenstructuren gevonden. Twee nieuwe ringen en zes nieuwe satellieten werden gevonden. De magnetische as van Neptunus lijkt ook vervormd. Op Triton ontdekte Voyager actief vulkanisme, één van de enige hemelichamen in ons zonnestelsel waar dit voorkomt.
Zonder onvoorziene omstandigheden kunnen we tot in 2030 kontakt houden met beide ruimtesondes. Voyager 1 heeft brandstof voor tot ongeveer 2040 en Voyager 2 tot 2034.
(de home pagina van Voyager van JPL; nog een mooie home " pagina" van NSSDC; web pagina van JPL; Algemene Info door NASA/ARC)
Vega
Een internationaal VENUS-HALLEY (1984) project met een passage langs de komeet Halley en sonde in omloop rond Venus en een landing op deze planeet.
(Vega Missie Home pagina
Phobos
Deze twee ruimtetuigen werden in 1988 door de toenmalige Sovjetunie gelanceerd. Met de eerste werd kontakt verloren vooraleer hij ons enige informatie kon doorzenden De tweede bezorgde ons een paar beelden vooraleer ook hij uitviel.
(Phobos Missie Home pagina
Giotto
Giotto weerd met een Ariane-1 raket gelanceerd door de ESA (de Europse ruimtevaartmaatschappij ) op 2 juli 1985 en kwam tot op 540 km afstand van de kern van de komeet Halley op 13 Maart 1986. De ruimtesonde had 10 instrumenten aan boord waaronder een kleurencamera. Deze bezorgde ons beelden tot onmiddellijk voor de kortste passage. Giotto werd nogal beschadigd door de aanraking met de snelle stofdeeltjes en werd kort daarna op inaktief gezet. In april1990 werd Giotto opnieuw geactiveerd. 3 van de instrumenten werkten nog volledig, 4 waren gedeeltelijk beschadigd maar konden nog gebruikt worden en drie, waaronder de kleurencamera waren onbruikbaar Op 2 juli 1990 passeerde Giotto rakelings langs de aarde en werd met succes naar de komeet Grigg-Skjellerup gestuurd.
(meer info van NSSDC)
Clementine
De clementine werd gelanceerd op 25 Januari 1994. En werd in een omloop rond de Maan gebracht op een hoogte van 425 tot 2950 km voor een tweemaandelijkse missie. Er werden metingen in het Ultraviolet en Infrarood uitgevoerd . De clementine werd uit zijn baan rond de Maan gelicht er richting asteroïde 1620 Geographos gestuurd. Maar door een fout werd Geographos nooit bereikt..
Men heeft echter opnieuw kontakt kunnen maken met de Clementine. Er wordt nog overwogen om de sonde in de toekomst nog opdrachten te geven.
(meer informatie vind je bij Clementine Missie Home pagina van USGS en de Clementine pagina van NASA PDS of De Clementine Missie van LPI.)
Mars Observer
De sonde had een camera met een resolutie van 1,5 m/pixel aan boord. De observer werd gelanceerd op 25/9/92 en het kontakt werd op 21/8/93 verloren tijdens de voorbereiding om het in omloop brengen rond Mars De sonde was totaal verloren. De Mars Global Surveyor, gelanceerd om de meeste opdrachten van de Mars Observer over te nemen, bevindt zich op dit ogenblik in een baan rond Mars.
Magellan
De Magellan, gelanceerd in mei 1989, heeft 98% van het Venus oppervlak d.mv. radar in kaart gebracht en dit met een beter resolutie dan 300 meter. Ook de zwaartekracht van de planeet werd voor 95 procent in kaart gebracht.. Er werd een baancorrectie uitgevoerd die de Magellan in een lagere baan bracht. Magellan heeft zijn werk volledig kunnen beëindigen. Net voor de Magellan zou uitvallen werd hij opzetteleijk naar de atmosfeer van Venus gestuurd om er aerobraking technieken op uit te proberen. (Dit is afremming door de atmosfeer i.p.v. met remraketten wat meer energie kost). Deze techniek wordt nu aangewend voor de Mars Global Surveyor.
(meer info -pdf, een web pagina en tweede web pagina van JPL; tabelgegevens van NSSDC)
Mars 96
een sonde met als doel een lage omloopbaan rond Mars (met verschillende landers aan boord) eerst gekend als Mars 94. Faalde op 17 november 1996. (meer info van IKI (Rusland))

Huidige missies

Voyagers 1 en 2
zijn na 15 jaar nog steeds operationeel en reizen door ons zonnestelsel Uit hun baan kan men afleiden dat er wellicht buiten de baan van Pluto geen planeten meer zijn. Hun volgende belangrijke wetenschappelijke bijdrage is het bepalen van de plaats van de heliopause. Radiostraling van lage frequentie waarvan men vermoedt dat ze afkomstig zijn van de heliopauze werden ontdekt door de Voayagers.
De beide Voyagers gebruiken hun ultraviolet spectrometers om de heliosfeer in kaart te brengen en de interstellaire wind te bestuderen. De dectors van kosmische straling bestuderen de energierijke spectra van de interstellaire kosmische straling in de buitenste regionen van de heliosfeer.
Sedert januari 1998 is de Voyager 1 verder verwijderd dan de Pioneer 10 en het verst verwijderde object dat door de mens vervaardigd is.
(meer info van JPL)
Op 1 december 1994 bevond Voyager 1 zich op een afstand van 8,7 miljard kilometer van de aarde (met een snelheid van 61.200 km per uur. En Voyager 2 bevond zich op 6,7 miljard kilometer (met een snelheid van 57.600 km per uur).
Galileo
Bestaat uit een sonde die in een omloop rond Jupiter is gebracht en een sonde die afgedaald is in de atmosfeer van de planeet. Deze laatste bezorgde ons voor het eerst directe informatie over de binnenzijde van de atmosfeer van een reuzenplaneet.
Galileo bezorgde ons voor het eerst gedetailleerde informatie van asteroïden met name 951 Gaspra en 243 Ida op zijn weg naar Jupiter. Tevens bevond Galileo zich in een ideale positie om ons informatie toe te sturen over de inslag op Jupiter van de Komeet Schoemaker-Levy .
Jammer genoeg is de hoofdantenne van Galileo uitgevallen. Wij zijn nu aangewezen op de kleinere antenne die de informatie met een heel wat tragere snelheid toestuurd. Maar de experimenten kunnen toch nog met succes uitgevoerd : alle waarnemingen worden tijdelijk geregistreerd en tijdens minder drukke momenten doorgestuurd naar de aarde. Het meeste problemen gaf het volgen van de weersomstandigheden op Jupuiter : dit vraagt registratie en dus ook transfert van heel wat beelden en informatie.
 
Midden 1997 was het programma van de Galileo volledig afgewerkt. Niet minder dan 11 maal werd er één of meerdere satellieten van nabij onderzocht. Het was zo een groot succes dat men besloten heeft de werkzaamheden van Galileo verder te zetten. In deze bijkomende periode wordt vooral de maan Europa onderzocht. Dit leverde ons al heel wat bijkomende interessante informatie op.

  Galileo : het oorspronkelijke programma zag er als volgt uit : 
   -------------------------------------------------------------
   10/18/89 - Lancering met de Space Shuttle
   02/09/90 - vlucht langs Venus 
   10/**/90 - doorsturen van de informatie over Venus
   12/08/90 - eerste vlucht langs de aarde
   05/01/91 - Uitvallen van de grote antenne
   07/91 - 06/92 - eerste passage langs de asteroïdengordel
   10/29/91 - vlucht langs de asteroïde Gaspra 
   12/08/92 - tweede passage langs de aarde
   05/93 - 11/93 - tweede passage langs de asteroïdengordel
   08/28/93 - vlucht langs de asteroïde Ida 

   07/13/95 - Afscheiding van het landingstuig


   12/07/95 - ontmoeting met Jupiter

   06/27/96 06:30 - Ganymedes-1
   09/06/96 19:01 - Ganymedes-2
   11/04/96 13:30 - Callisto-3
   11/06/96 18:42 - Europa-3A ( tijdens vlucht langs Callisto-3)
   12/19/96 06:56 - Europa-4
   01/20/97 01:13 - Europa-5A (tijdens samenstand met de zon - weinig wetenschappelijke informatie)
   02/20/97 17:03 - Europa-6
   04/04/97 06:00 - Europa-7A (tijdens vlucht langs Ganymedes-7 )
   04/05/97 07:11 - Ganymede-7
   05/06/97 12:12 - Callisto-8A (tijdens vlucht langs Ganymedes-8)
   05/07/97 15:57 - Ganymedes-8
   06/25/97 13:48 - Callisto-9
   06/26/97 17:20 - Ganymedes-9A (tijdens vlucht langs Callisto-9)
   09/17/97 00:21 - Callisto-10
   11/06/97 21:47 - Europa-11 (meer details) 
 
(Heel wat beelden ; Galileo Home Pagina; Galileo Probe Home Pagina ; web pagina; NSSDC pagina; eerste resultaten van de Galileo Probe JPL en ARC en LANL)
Hubble Space Telescope
gelanceerd in april 1990 en hersteld in december 1993. HST kan ons gedurende lange tijd beelden en spectra bezorgen. Een belangrijke meerwaarde tot de hogere resolutiebeelden van de planetaire sondes. Beelden van de HST bevoorbeeld leren ons dat de structuren in de atmosfeer van Neptunus snel wijzigen.
HST is genomed naar Edwin Hubble.
Heel wat meer informatie over HST en beelden van de HST vind je bij Space Telescope Science Institute. De laatste beelden van de HST worden hier regelmatig bijgewerkt. (Een korte geschiedenis van het HST project. Er is ook HST info bij JPL.)
Ulysses
onderzoek van de polen van de Zon (een project van de Europese ruimtevaartorganisatie en de NASA). Ulysses is gelanceerd door de Discovery Space Shuttle in oktober 1990. In februari 1992 werd Ulysses door de zwaartekracht van Jupiter uit het eclipticavlak geslingerd. De belangrijkste missie : het overvliegen van de twee polen van de Zon is met succes afgerond. De missie is uitgebreid met een tweede omloop rond de polen zodat deze kunnen waargenomen op het ogenblik van een zonnevlekkenmaximum. Het aphelium bevindt zich op 5,2 AE en het perihelium op ongeveer 1,5 AE. Inderdaad, de Uylysses die de zon onderzoekt bevindt zich constant op verdere afstand van de zon dan de aarde! Vanop deze afstand kan het magnetisch veld van de zon en de zonnewind beter onderzocht worden.
(Ulysses Home Pagina van JPL en ESA.
Wind
Gelanceerd op 1 november 1994. De satelliet van de NASA bestudeert van op een bepaald punt tussen de Aarde en de Zon de zonnewind.
De belangrijkste opdracht is het meten van de massa, het momentum en de enerige van de zonnewind. Alhoewel vroegere ruimtesondes ons hierover reeds heel wat informatie bezorgde, is het toch nog noodzakelijk om meer informatie te bekomen vanuit verschillende plaatsen rondom de aarde. Dit moet lijden tot een betere kennis van de interacties tussen de atmosfeer van de aarde en de zonnewind.
Bij de lancering was er voor de eerste maal een Russisch instrument aan boord van een Amerikaans ruimtetuig. The Konus Gamma-Ray Spectrometer instrument is één van de twee instrumenten aan boord die de kosmische gamma straling bestudeerd. Er is ook een Frans instrument aan boord.
NEAR
De Near Earth Asteroid Rendezvous (NEAR) missie probeert een antwoord te geven over de vragen omtrent objecten die zich in de buurt van de aarde bevinden zoals asteroïden en kometen.
De NEAR werd gelanceerd op 17 februari 1996 en zal in een baan rond 433 Eros terechtkomen in januari 1999.
Ondertussen bezocht NEAR de asteroïde Mathilde.
Gedurende minstens één jaar zal het oppervlak van Eros kunnen bestudeerd worden vanop een afstand van 24 kilometer. Eros zal dan één van de best bestudeerde asteroïden zijn die de baan van de Aarde kruisen. Deze asteroïden lijken erg op de "Hoofdgordel" die op een vaste baan liggen tussen Mars en Jupiter.
(NEAR Home Pagina; meer info van NSSDC; meer info van John Hopkins Univ.).
 
 
Mars Global Surveyor
Mars Global Surveyor is de eerste missie van een nieuw ruimtevaartprogramma met als doel de exploratie van Mars. Alle 26 maanden wanneer Mars en de Aarde zich in gunstige posities bevinden zullen een tweetal sondes richting Mars gelanceerd worden.
Mars Global Surveyor is in een polaire baan rond Mars gebracht om een volledige topografische kaart te maken, een inventaris van de mineralen op de bodem en het in kaart brengen van het weersysteem op Mars.
De Mars Global Surveyor is gelanceerd op 7 november 1996 vanaf Cape Canaveral met een Delta II raket en bereikte Mars op 12 September 1996. Door een technisch probleem kan de techniek van Aerobraking pas toegepast worden vanaf januari 1999. Ondertussen beweegt de sonde zich in een lange elliptische baan rond Mars, maar kon ons toch al enige informatie doorsturen. Zo weten we dat het fameuze "Gezicht van Mars" een totaal ander uitzicht heeft. Aerobraking is een techniek die voor de eerste keer is toegepast bij de Magellan missie. Gebruik makend van de atmosferische druk van de planeet wordt de sonde traag maar zekere in een lage baan rond de planeet gebracht . Door 'aerobraking' te gebruiken kan men ernstig besparen op de bradnstof.
In januari 1999 zal door Aerobraking de Mars Global Surveyor in een lage cirkelvormige baan gebracht worden. Vanaf maart 1999 zal de sonde elk twee uur een omloop rond Mars afleggen en dit in een baan die synchroon loopt met de zon. Dit betekent dat de zon steeds dezelfde hoek met de horizon zal maken. Voor elke foto zal er dus steeds dezelfde schaduwinval zijn zodat het gemakkelijker wordt om vergelijkingen te maken tussen de verschillende beelden. Gedurende een volledig Marsjaar (ongeveer twee "aardse jaren") zal de sonde zijn werk verder zetten.
Daarna zal de sonde nog gedurende ongeveer drie jaar gebruikt worden als tussenstation om informatie van nieuwe Marslanders door te sturen naar de Aarde.
 
De instrumenten bestaan uit : de Mars Oribatal Camera, een thermische emissie spectrometer, een ultra-stabiele oscillator, een laser hoogtemeter, mangetometer/emectron reflectometer en een Mars relaisstation.
 
(Mars Global Surveyor Home Pagina van JPL; geplande Missies van 1996 tot 2003)
Pathfinder
De Mars Pathfinder is de tweede van de Discovery missies van de Nasa. De Patahfinder die geland is op Mars had een robotwagentje 'Sojourner' genaamd mee aan boord. De belangrijkste opracht van de missie was te demonstreren dat met zeer lage kosten een landing op Mars en bodemonderoek mogelijk is. Tevens werd de missie gebruikt voor het uittesten van communicatieprotocols en apparatuur tussen het 'wagentje' en de Lander, tussen de de Lander en de Aarde en het uitproberen van de onderdelen en de sensoren die hiervoor nodig zijn.
De wetenschappelijke doeleinden waren : meer kennis opdoen over het binnentreden van de atmosfeer en het van nabij bestuderen van het Marsoppervlak met het oog op toekomstig Marsonderzoek. De Patfinder is de atmosfeer binnengetreden zonder eerst een omloop af te leggen en is afgedaald met behulp van parchuten en airbags.
 
Mars Pathfinder is gelanceerd op 4 december 1996 en landde met veel succes op Mars op 4 juli 1997. De Lander bleef driemaal langer dan de vooziene dertig dagen in werking, terwijl de Sojourner 12 maal langer dan de voorziene 7 dagen in werking bleef. Er werd meer dan 2,3 gigabits aan informatie doorgestuurd waaronder : 16.500 foto's van de Lander camera, 550 beelden van de Sojourner camera, 16 chemische analyses van rotsen en de bodem en 8,5 miljoen metingen van de atmosfeer, de druk, de temperatuur en de wind.
( Mars Pathfinder Home Pagina van JPL; meer info van NSSDC; Mars Watch )
 
Mars Climate Orbiter
De Climate Orbiter werd gelanceerd op 11 december 1988 en zal Mars bereiken op 23 september 1999. Tijdens zijn reis wordt hij gedurende 12 uur per dag gevolgd door het Deep Space Netwerk. Bij zijn aankomst zal de Climate Orbiter in een elliptische baan rond Mars gebracht worden. Vervolgens zal hij langzaam met techniek van areobraking gemanuvreerd worden in een polaire baan rond Mars die synchroon is met de zonnestand. Dit alles gebeurt voordat de Mars Polar Lander aankomt bij Mars.In de periode dat de Lander actief is op het oppervlak van Mars zal de Climate Orbiter dienst doen als relaisstation om de gegevens van de Lander naar de Aarde door te sturen. Maar de Orbiter zal uiteraard ook op een actieve manier aan wetenschappelijk onderzoek doen : gedurende een periode van één marsjaar (= 687 dagen) zal de Orbiter op een systematische manier de atmosfeer van mars in beeld brengen. Daanra zal de Orbiter nog gedurende drie jaar ter beschikking blijven als communicatiesation voor toekomstige Marssondes.
(Mars Climate Orbiter Home Pagina van JPL )
Mars Polar Lander
De Polar Lander wordt gelanceerd in januari 1999 en zal Mars bereiken in december 1999. Tijdens zijn reis wordt hij gedurende 12 uur per dag gevolgd door het Deep Space Netwerk. De Lander zal op dezelfde manier als de Mars Pathfinder afdalen naar het oppervlak van de planeet. De Lander zal terechtkomen tussen 75 en 78 graden Zuiderbreedte in de buurt van de Zuidpool. Gedurende de eerste dag zullen de zonnepanelen uitgezet worden, zal de communicatie met de Climate Orbiter tot stand gebracht worden en zullen de meest kritische wetenschappelijke experimneten uitgevoerd worden. Vanaf de tweede dag kunnen de routinewerkzaamheden starten. Men verwacht dat de Lander gedurende 90 dagen actief zal zijn.
(Mars Polar Lander Home Pagina van JPL )
Nozomi (Planet-B)
Op 4 juli 1988 lanceerde Japan de Pnaet-B sonde naar Mars. Traditiegetrouw kreeg de sonde na een geslaagde lancering een aandere naam : Nozomi het Japanse woord voor 'hoop'. Nozomi, een bescheiden sonde van 540 kg, is internationaal getint : van de in totaal veeertien wetenschappelijke instrumenten zijn er vijf buitenlandse. Op 11 oktober 1999 zal Nozomi aankomen bij Mars. Nozomi zal vooral onderzoek doen naar de bovenste lagen van de Marsatmosfeer en de wisselwerking ervan met de zonnewind. Uiteindelijk wil men een globaal beeld krijgen van de samenstelling, structuur en dynamica van de ionosfeer en meer te weten komen over het magnetisch veld van Mars. Nozomi blijft één Marsjaar operationeel, maar het is niet uitgesloten dat de missie met drie jaar verlengd wordt.
Cassini
Cassini is een sonde die in een omloop rond Saturnus zal gebracht worden. Aan boord bevindt zich de Huygenssonde die zal afdalen in de atmosfeer van Titan. Cassini is een samenwerkingsproject tussen de NASA en de ESA met als doel het onderzoek van het Saturnus systeem. De Cassini zelf is van de NASA terwijl Huygens een product is van de ESA. Cassini is in oktober 1997 gelanceerd aan boord van een Titan IV/Centaur raket. Vooraleer Saturnus in juni 2004 bereikt wordt zal Cassini een hele weg afgelegd hebben langs Venus (2 maal), de Aarde en Jupiter. De aantrekkingskracht van deze planeten wordt gebruikt om Saturnus met zo weinig mogelijk brandstof te bereiken. Bij zijn aankomst zal Cassini verschillende maneuvers moeten uitvoeren om in een juiste baan rond Saturnus terecht te komen. Dit is nodig omdat de Huygens Sonde op de juiste manier moet kunnen afdalen in de atmosfeer van Titan. Gedurende drie uur zal de Cassini orbiter de informatie over Titan die van Huygens ontvangen wordt doorsturen naar de Aarde. Daarna zal de Cassini Orbiter zijn omloop rond Saturnus gedurende drie en een half jaar verder blijven zetten. Vermits de omloop synchroon verloopt met de omloop van Titan, zal Cassini deze maan 35 maal kunnen benaderen. Maar ook de manen Iapetus, Dione en Enceladus zullen door Cassini van kortbij benaderd worden. Het doel van deze missie is drievoudig : een gedetailleerde studie van de atmosfeer, ringen en mgentosfeer van Saturnus, een clos-up studie van de satellieten van Saturnus en het onderzoek en in kaart brengen van de atmosfeer en de oppervlakte van Saturnus.
Een eerste idee om Cassini een scheervlucht te laten ondernemen langs een aantal asteroïden ( zoals de Galileo bij Ida en Gaspra ) werd om budgetaire reden geschrapt.
Het is niet uitgesloten dat het opppervlak van Titan bedekt is met een oceaan van vloeibaar methaan of ethaan. Als gevolg van fotochemische processen in de atmosfeer zou methaan en ethaan kunnen condenseren tot smogwolken en als regen neervallen op het oppervlak. De Cassini orbiter zal met radartechnieken het oppervlak van Titan afzoeken naar een vloeibare substantie. En de chemische processen in de atmosfeer die kunnen leiden tot deze vloeibare substantie zullen onderzocht worden door de orbiter en door Huygens.
	 Belangrijkste vluchtdata van de Cassini Missie
	 ----------------------------------------------
	   15/10/97 - Lancering met Titan IV/Centaur
	   26/04/98 - 1ste Venus passage
	   20/06/99 - 2de Venus passage
	   16/08/99 - passage langs de Aarde
	   30/12/00 - passage bij Jupiter
	   25/04/04 - Aankomst bij Saturnus
	   06/11/04 - Afscheding van de Huygenssonde
	   27/11/04 - Afdaling naar Titan
	   25/06/08 - Einde van de primaire missie
(Cassini Home Pagina van JPL; Huygens Home Pagina; cijfergegevens van NASA Spacelink; informatie over het Doppler Wind Experiment aan boord van Huygens)

Toekomstige Missies

Stardust
Stardust zal in 2004 rakelings langs de komeet Wild-2 vliegen en materiaal van de coma van de komeet terug naar de aarde brengen. De wetenschappers zullen dan voor de eerste maal materiaal van een komeet kunnen bestuderen.
(home pagina)

Meer over Planetaire Ruimtevaart

 
 
  • meer beelden van ruimtesondes
  • Geschiedenis van de Exploratie van de ruimte LANL (zeer goed)
  • van ASU
  • Lijst met acroniemen en hyperlinks van NASA OSAT
  • Beschrijving van verschillende missies door NSSDC (kijk onderaan de pagina)
  • Cronologie van de planetaire ruimtevaart door LANL (heel goed)
  • Geschiedenis van de Planetaire Ruimtevaart van sci.space FAQ
  • Algemene informatie over de Ruimtevluchten van JPL met inbegrip van een korte beschrijving van het zonnestelsel en interessante informatie over ruimtevaartoperaties.
  • Geschiedenis van het ruimtevaartonderzoek
  • Mike's Spacecraft Library, heel wat informatie over ruimtevaart

  • Inhoud ... Waarnemingen ... Ruimtevaart ... Verklarende lijst ... Gegevens Infoster


    Bill Arnett (vertaling door Guido Hemeleers); laatste aanpassing: 3 januari 1999